Eén van de ambities van het kabinet is dat het voor mensen aantrekkelijker en makkelijker wordt om vanuit de Participatiewet te gaan werken. In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzochten wij in hoeverre het nodig is om binnen de herziening van de Participatiewet maatregelen te treffen die werken vanuit en naast de bijstand lonender maken. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, interviews met twaalf professionals bij de gemeenten Groningen, Delft en Amsterdam, en een raadpleging van ruim twintig ervaringsdeskundigen.
Een deel van de bijstandsgerechtigden kan werken. Toch durft niet iedereen die stap te zetten. Angst voor falen op de werkvloer en vervolgens de uitkering weer kwijt te raken, vormt voor veel mensen in de bijstand een hoge drempel om aan het werk te gaan. ‘De overgang van bijstand naar werk brengt veel financiële en andere onzekerheid met zich mee’, stellen onderzoekers van onderzoeks- en adviesbureau De Beleidsonderzoekers.
Als alleenstaande loont werken meer dan de bijstand als je minstens 28 uur werkt. Voor mensen die samenwonen, loont 36 uur werken pas. Dit geldt voor ongeveer een kwart van de bijstandsgerechtigden. De rest is niet in staat om te werken. Bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen, een instabiele thuissituatie, zorgtaken of een zwakke arbeidspositie. Extra maatregelen om werken aantrekkelijk te maken heeft voor die groep dus geen zin.
Uitdagende overgang van bijstand naar werk
Toch blijft het voor de groep die wél kan werken een uitdagende overgang. Werken loont pas bij 28 uur, en niet iedereen is in staat die uren te halen. Ook is het vaak niet zeker of het werk dat deze groep vindt wel duurzaam is, bijvoorbeeld door tijdelijke of flexibele contracten.
Door de complexiteit van toeslagen en regelingen is het lastig in te schatten wat de financiële gevolgen zijn voor bijstandsgerechtigden als ze gaan werken. Mensen zijn terughoudend om aan het werk te gaan uit angst voor terugvorderingen en het wegvallen van toeslagen. De reiskosten en bijvoorbeeld kosten voor geschikte werkkleding komen daar nog bovenop.
Goede begeleiding
Om mensen toch aan het werk te krijgen, formuleren de onderzoekers twee hoofddoelen: het verminderen van onzekerheid en angst, en het verlagen van de marginale druk. ‘Om onzekerheid te verminderen, is persoonlijke begeleiding cruciaal’, staat in het rapport. Het is belangrijk om de werkuren gefaseerd op te bouwen zodat bijstandsgerechtigden goed kunnen wennen aan een werkritme. De angst om te falen neemt hierdoor ook af.
Daarnaast is financieel coaching nodig: ‘Een veelgehoorde angst, namelijk dat alle toeslagen in één keer wegvallen bij aanvang van werk, valt in de praktijk mee. Financiële coaching helpt die misvatting weg te nemen’, melden de onderzoekers. Daarbij helpt het om inkomensregelingen te vereenvoudigen en duidelijker te maken. Ook zou er gekozen kunnen worden voor een geleidelijke afbouw van gemeentelijke regelingen, zodat het niet in één keer wegvalt.
Maatwerk
Concluderend stellen de onderzoekers dat het niet eenvoudig is om aan het werk te gaan vanuit de bijstand. Maatwerk is vereist. De overgang brengt namelijk onzekerheid met zich mee. Zowel over het kunnen als financieel. Persoonlijke begeleiding, financiële coaching en het eenvoudiger maken van regelingen kan daarbij helpen.
