De coalitie haalt dat geld uit de zorg en sociale zekerheid, maar ook uit een lastenverzwaring voor iedereen (door de coalitie ook wel de “vrijheidsbijdrage” genoemd). Maar de rekening van die lastenverzwaring komt vooral bij de werkenden terecht, ziet het CPB. Bedrijven krijgen hier ook wel mee te maken, maar in mindere mate. Mensen met vermogen blijven buiten schot.
Door de plannen voor zorg en sociale zekerheid worden lagere inkomens harder geraakt dan hogere inkomens. De koopkracht van de laagste inkomensgroep blijft de komende vier jaar namelijk gelijk, terwijl de koopkracht van de hoogste inkomensgroep met 0,3 procentpunt toeneemt.
