skip to Main Content

Gevraagd advies beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2024

Gevraagd advies beleidsplan schuldhulpverlening 2021-2024. pdf

De Adviesraad neemt ter kennisneming aan dat de gemeente de focus zal leggen op het primaire schuldhulpverleningsproces, in het bijzonder de effectiviteit en efficiëntie daarvan. De keuze alleen de meer succesvolle initiatieven en pilots van de afgelopen jaren te continueren lijkt ons een verstandig besluit. Dat zal de overzichtelijkheid van het aanbod en het goed kunnen monitoren van effectiviteit en efficiëntie vereenvoudigen.

Aan hetgeen het beleidsplan vermeldt over monitoring willen wij nog enkele suggesties toevoegen:

Dat is allereerst het bevragen van inwoners zelf naar hun ervaringen. Zij vormen een belangrijke bron van kennis over wat helpt en werkt én wat in de praktijk belemmerend werkt. Afspraken tot het organiseren daarvan kunnen worden gemaakt met de professionele aanbieders in de subsidie overeenkomsten. Wat ons betreft is het kunnen aantonen dat klanten bevraagd zijn een kwaliteitseis in die overeenkomsten. Ook in het eigen apparaat, Stadsbank en afdeling Werk en Inkomen vragen we aandacht voor dit punt.

Ten tweede adviseren we de lokale partners in de stad, met name de vrijwilligersorganisaties eveneens te vragen naar hun ervaringen. Zij hebben vaak goed zicht op onvolkomenheden in de afstemming binnen het totale aanbod en de toegankelijkheid. Gezien de cijfers in Leiden (hoofdstuk 2.3) vragen wij ook aandacht voor de toegankelijkheid en vindbaarheid van de Leidse hulp bij financiële problemen en hoe die verbeterd kan worden. En hoe de uitval uit trajecten kan worden voorkomen.

De herhaling van de visie dat schuldhulpverlening integraal moet zijn, dat wil zeggen ook oog moet hebben voor oorzaken gelegen in persoon en omstandigheden, onderschrijven we. Financiële problemen staan zelden op zichzelf. Meestal zijn er meer problemen waar mensen mee te maken hebben. Bij de insteek financiële hulp bieden meteen gebruik maken van hulpverlening op die andere gebieden, is dan ook verstandig. En vice versa.

Ook de visie dat financiële rust nodig is (voorwaarde is) om mee te kunnen doen in de samenleving onderschrijven wij van harte. In de schuldhulpverlening aandacht schenken aan dat aspect blijkt mensen inderdaad te helpen om weer meer te kunnen meedoen met allerlei dingen die hen goed doen.

We vragen de gemeente wel aandacht voor het gegeven dat armoede duur is. Mensen die op of onder het minimum zitten hebben het nu eenmaal moelijker om rond te komen. Erkenning van dat gegeven is belangrijk. We adviseren de gemeente dan ook alert te zijn op mogelijke eigen bijdragen aan de problematiek. De werkwijze van (semi-)overheden kan namelijk makkelijk een stapeling van schulden tot gevolg hebben. Er staan in het plan wel wat voornemens, maar geen duidelijke kop wat de gemeente ten aanzien van het eigen apparaat hieraan wil doen. Bevoorschotting in plaats van achteraf betalen komt bijvoorbeeld niet terug. Toch blijkt dat voor veel mensen belangrijk.

Wij adviseren in de uitwerking van het beleidsplan te kijken naar de afstemming met alle gemeentelijke afdelingen. Dat wil zeggen dat afdelingen die vorderingen opleggen aan inwoners (belastingen, sociale dienst) in lijn met de bedoeling moeten handelen en zich bewust zijn van de impact van het opleggen van die vordering.

We vinden het positief dat de gemeente wil versnellen in de termijnen waarop zij voor de inwoner in actie komt (hoofdstuk 3.2). Als mensen eenmaal met de gemeente in contact zijn, is het zaak zo snel mogelijk perspectief te bieden en een plan te maken. Ieder wachtmoment betekent uitval van de inwoner en toename van de problemen.

Dat preventie een speerpunt blijft is goed. We zijn het eens dat bevorderen van financiële zelfredzaamheid een vorm van preventie is. Bij de hulpmiddelen die het plan hierbij noemt (blz.13) geven we mee vooral gebruik te maken van publieksvoorlichting via sociale media, ook over de buddy app en nationale hulpmiddelen. Daarnaast zouden relevante maatschappelijke partijen (onderwijsinstellingen en hun medezeggenschapsorganen, huisartsen, GGD, andere gezondheidszorg, wijkzorg, maar ook banken ed.) toegerust moeten worden om financiële problematiek bij hun cliënten te signaleren en goed te kunnen doorverwijzen en overdragen naar schuldhulpverlening.  Want de benodigde zelfredzaamheid van de doelgroep is vaak niet dusdanig dat deze hulpmiddelen effectief ingezet kunnen worden.

Ten aanzien van de vroegsignalering door Eerste Hulp bij Geldzorgen, adviseren we bij het afzien van de geboden hulp en ondersteuning, deze mensen in de portefeuille te houden en na een bepaalde periode wederom naar de stand van zaken te informeren.

Het als gemeente faciliteren van deskundigheidsbevordering en intervisie en het maken van duidelijke afstemmings-, samenwerkings- en uitvoeringsafspraken voor/met alle betrokken partijen, waaronder ook vrijwilligersorganisaties, zijn belangrijk om de kwaliteit van integrale schuldhulpverlening te vergroten en borgen. We adviseren ook de effectiviteit en efficiëntie hiervan te monitoren en bewaken.

Ten slotte missen we in het plan een actieve benadering van risico-doelgroepen. Bijvoorbeeld rond zgn. life events zoals pensionering, echtscheiding, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en overgang naar het 18e jaar. Plotselinge armoedeval is namelijk óók een belangrijke oorzaak van schuldenproblematiek. Op tijd erbij zijn en mensen ondersteunen is een goede vorm van specifieke preventie. Dat speelt zeker in deze tijd waarin veel mensen hun inkomsten verliezen. Het bieden van hulp bij geldzorgen moet ook inhouden: het voorkomen van recidive. Niet duidelijk is hoe de gemeente dit gaat doen. Niet alleen tijdens de trajecten maar ook bij nazorg zou dit onlosmakelijk onderdeel van het hulpplan moeten zijn.

We willen eindigen met het uitspreken van onze waardering dat we in een vroeg stadium zijn onze input hebben kunnen geven. We zijn benieuwd naar de verdere uitwerking van het beleidsplan de komende jaren en worden graag ook hierin tussentijds betrokken.

Adviesraad Sociaal Domein Leiden

3 november 2020