Ga naar hoofdinhoud

Gevraagd advies concept kader Sociale Wijkteams Leiden vanaf 2023

Betreft:          Gevraagd advies inzake doorontwikkeling sociaal wijkteam in Leiden, concept kader sociaal wijkteam vanaf 2023 versie d.d. 25 augustus 2022

Uitgebracht door de Adviesraad Sociaal Domein Leiden d.d. 15 september 2022

 

Op 25 augustus jl. ontving de Adviesraad het concept Kader sociaal wijkteam vanaf 2023 ter advisering met de adviestermijn van 9 september. In het voortraject is de Adviesraad betrokken bij de ontwikkeling van dit kader, waarvoor dank.

Vanwege de krappe adviestermijn van 10 werkdagen, zijn wij er niet in geslaagd het advies binnen deze termijn uit te brengen. Wij verzoeken het college daarom met klem de gebruikelijke adviestermijn van 6 weken in acht te nemen teneinde kwalitatieve adviezen uit te kunnen brengen.

Hieronder vindt u onze adviezen. Deze zijn onderverdeeld in adviezen die het gehele stuk betreffen en adviezen die specifiek over geformuleerde passages gaan.

Algemeen:

De grootste zorg van de Adviesraad zit bij hetgeen in het concept Kader is opgenomen onder  basisfunctie 5 ‘leren en verbeteren’. In de tekst op pagina 22 wordt verwezen naar een aantal indicatoren uit het Jaarlijks Client ervaringsonderzoek VNG (CEO)  waaruit zou blijken dat de tevredenheid van Leidenaren in 2021 is toegenomen. Het gaat hier om indicatoren die feitelijk deelaspecten meten van de geboden Wmo-dienstverlening. Het lijkt erop dat het voorstel in het concept Kader sociaal wijkteam (SWT) is om vanaf 2023 op deze indicatoren te gaan leren en verbeteren.

Dit verwondert de Adviesraad ten zeerste. Wij lezen namelijk zelf in de rapportage waarnaar wordt verwezen (CEO WMO 2021) ook dat op andere, meer effectindicatoren het beeld niet gunstig is. De rapportage meldt namelijk dat in 2021 de scores zijn afgenomen op de volgende zwaarwegende indicatoren:

  • ‘de kwaliteit van de ondersteuning is goed’,
  • ‘ondersteuning past bij de hulpvraag’,
  • ‘de cliënt kan beter dingen doen die hij/zij wil’ en
  • ‘de cliënt heeft betere kwaliteit van leven’..

De Adviesraad vindt dat die bevindingen uit het CEO 2021 veel belangrijker zijn dan de positieve bevindingen die in het concept Kader SWT zijn vermeld. Wij zijn namelijk van mening dat juist deze effectindicatoren raken aan wat de gemeente Leiden zou moeten willen bereiken met bieden van zorg en ondersteuning (inclusief de dienstverlening vanuit de SWT’s).

Wij adviseren dan, naast de in het concept aangehaalde indicatoren, ook de hierboven opgesomde effectindicatoren op te nemen in het Kader SWT én hieraan streefwaardes te koppelen. Het streven zou volgens de Adviesraad daarbij minimaal moeten zijn dat de scores op deze indicatoren niet verder achteruit gaan. Het past volgens de Adviesraad echter beter bij ambitie van het nieuwe college om ernaar te streven dat de scores op de effectindicatoren gaan stijgen, dit door de maatschappelijke ondersteuning (inclusief die vanuit de SWT’s) verder te versterken.

Ons advies op dit punt is dus om een evenwichtiger beeld te schetsen en te laten zien dat een verbetertraject wordt ingezet op de indicatoren waarop slecht wordt gescoord, en hoe dat zal gebeuren.

Specifiek

  1. Bij de uitgangspunten op p. 4. staat dat stevige regie vanuit het sociaal wijkteam plaatsvindt. Deze formulering wekt de indruk dat de medewerker van het SWT bepaalt wanneer een cliënt toe is aan de volgende stap. Dit kan onzes inziens niet de bedoeling zijn. We adviseren aan de zin toe te voegen dat de volgende stap altijd in overleg met de cliënt plaatsvindt. Ook ziet de Adviesraad in ‘stevige ‘regie’ een risico van vermenging van rollen van de medewerkers van het wijkteam. Onze vrees is dat dit de zorg/ondersteuning van cliënten niet altijd ten goede zal komen. Wij adviseren in het kader te expliciteren wat ‘stevige regie’ is en hoe deze zich moet gaan verhouden met het belang van de burger.
  2. Doorlopende lijn aan ondersteuning, p. 9. Met de afbeelding wordt een onjuist beeld geschetst. Aanpassingen in de zorgverlening binnen eenzelfde setting kunnen aangemerkt worden als het op- en afschalen van zorg. Dit is echter niet het geval als er sprake is van een verhuizing van de cliënt van de ene setting naar een andere setting. We adviseren hier niet de begrippen op- en afschalen te gebruiken om verwarring te voorkomen. Daarbij lijkt het ons praktisch moeilijk uitvoerbaar voor wijkgebonden teams om een veelheid aan settingen te moeten bedienen. Verderop p. 12 staat dat om dit te ondervangen voor een periode van 2 jaar gebruik wordt gemaakt van een subregionale MO-specialist om de consulenten van lokale teams te ondersteunen. Daarbij wordt ook GGZ in de wijk ingericht en is een tijdelijk toeleidingsteam reeds opnieuw ingericht. We adviseren deze ondersteuningsstructuur met een duidelijke opdracht en samenwerkingsafspraken in te richten, te monitoren en zo lang als nodig operationeel te houden.
  3. Basisfunctie 4.: handelen met een brede blik. Van de t-shape professional in het wijkteam wordt verwacht kortdurende begeleiding individueel te bieden. Zo is de medewerker zelf de aanbieder in dit geval. Daarnaast voert het wijkteam i.c. de medewerker de procesregie en zal deze regie stevig zijn op het realiseren van doelen en waar mogelijk door- en uitstroom (p. 21). Bovendien dient de sociaal werker gedurende het ondersteuningstraject het eerste aanspreekpunt te blijven. De uitvoering van deze taken is belegd bij één medewerker. We zien tegelijk demografische en maatschappelijke ontwikkelingen zoals een dubbele vergrijzing en de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg. De verwachting is dat er meer (kort en langere) hulpverleningstrajecten en/of waakvlam nodig zal zijn. Dit alles roept bij ons de vraag op hoe realistisch de voorgestelde formatie is. We adviseren een formatie in te richten die anticipeert op deze ontwikkelingen.
  4. Basisfunctie 5. Leren en verbeteren. De titel van dit onderdeel is niet in overeenstemming met de inhoud. Deze titel kan echter gehandhaafd blijven wanneer op basis van de uitkomsten jaarlijks CEO een proces van leren wordt ingericht: leren en op basis daarvan daadwerkelijk te verbeteren. We geven hieronder aan de hand van een aantal stappen weer hoe het wijkteam dit kan inrichten:
  • Maak een register van al de gestelde vragen. Ook als dat vragen zijn waarvoor de aanvrager niet terecht kan.
  • Kijk als hulpverlener breed, leg verbanden en denk ook na over out of the box oplossingen
  • Kijk kritisch naar een aanvraag. Is een andere oplossing mogelijk dan de oplossing die wordt aangevraagd?
  • Registreer ook de afhandeling en de motivering daarvan ook al is die afwijzend.
  • Neem na enige tijd, bijvoorbeeld 6 weken, contact op met de al dan niet afgewezen aanvrager en met de onafhankelijke cliëntondersteuner (OCO) over de afhandeling: komt de oplossing overeen met wat de aanvrager gewild had en (bij afwijzing) is een andere oplossing gevonden of is het probleem nog aanwezig? En registreer het antwoord. Geef op basis daarvan zo nodig een vervolg op de aanvraag.
  • Maak het register anoniem intern en extern beschikbaar
  • Kijk ook over de grens hoe andere teams zaken oppakken

 

  1. Herijking organisatie sociaal wijkteams. In hoofdstuk 3, p. 26 worden de resultaten van het reviewtraject werkwijze consulent backoffice Wmo beschreven. Er staat ook dat deze consulent als volwaardig teamlid wordt toegevoegd aan een wijkteam. We vragen ons hierbij af in hoeverre de onafhankelijke positie van de indicatiesteller, de backoffice Wmo, gewaarborgd is. Advies: waarborg de onafhankelijkheid van de indicatiesteller ten opzichte van de wijkteams.

    Adviesraad Sociaal Domein Leiden

          15 september 2022

 

Hieronder kunt u het document via de link downloaden:

Gevraagd advies concept Kader SWT in Leiden vanaf 2023