Betreft: Gevraagd advies evaluatie Toegang Jeugdhulp 2024/ Stichting Jeugdteams Leidse regio, eindrapportage
Uitgebracht door de Adviesraad Sociaal Domein Leiden, d.d. 21 mei 2025
Vooraf
Deze evaluatie en aanbevelingen kunnen niet los gezien worden van de ontwikkelingen op landelijk, regionaal en lokaal niveau: de ontwikkelingen bij Hecht, de (lokale) hervormingsagenda Jeugd, de in te voeren maatregelenpakketten van de regionale Taskforce Jeugd en de aanstelling van een programmadirecteur hiervoor.
Maar ook de bredere ontwikkeling in het sociaal domein: beweging naar het voorveld: inzet op versterking van het welzijnswerk, de verschuiving van zorg naar gezondheid, en de (financiële) houdbaarheid van de zorg in zijn geheel.
Essentieel is de geleerde lessen en aanbevelingen breed te delen en het belang van het gemeenschappelijk doel voor ogen te houden: adequate en passende hulp door alle organisaties in het sociaal domein die een schakel vormen in de keten Jeugdhulp:
Geen rondtollende op zichzelf staande entiteiten, maar in elkaar grijpende raderen die het vliegwiel vormen in de transformatie van de jeugdhulp in Leiden.
Ten aan zien van de vragen
- Ja, de conclusies worden gedeeld. De Adviesraad adviseert vanuit het perspectief van burgers in een kwetsbare positie: in dit geval kinderen en hun ouders en verzorgers die ondersteuning en hulp nodig hebben. De beloftes worden nog te weinig waargemaakt. Doen de Jeugdteams de juiste dingen en doen ze deze goed? Beknopt geformuleerd: worden de kinderen en hun ouders/verzorgers er beter van? Nee. Helaas vaak nog niet. Te veel snel op elkaar volgende doorverwijzingen, wachttijden, veel wisselingen van hulpverleners en bovenal: de toegang wordt veelal niet als laagdrempelig ervaren.
- En 3. Geschetste problematiek, conclusies die wat ons betreft prioriteit hebben en aanbevelingen:
-
- Invoeren van cliëntervaringsonderzoeken (CEO). Vanzelfsprekend is betrokkenheid en participatie van cliënten en hun ouders/verzorgers in de allereerste fases en alle vervolgstappen en terugkoppeling van deze onderzoeken een must. Het lijkt ons wenselijk dat de vraagstukken in het CEO aansluiten bij meetbare opgestelde indicatoren, zodat effectiviteit e.d. van deze kerntaak van de Jeugdteams inzichtelijk wordt. De vraag of dit in Holland Rijnland of Leidse regio-verband opgesteld moet worden maakt hierbij niet zo veel uit ons inziens. Belangrijker is dat ermee wordt aangevangen. Resultaten kunnen voor beide regio’s gebruikt worden.
- Daarnaast ten aanzien van deze CEO: Teleurstellend dat het bevragen/participeren van betrokkenen zelf tot op heden onvoldoende tot resultaten leidt die helpend zijn in de verbetering van de toegang tot de Jeugdhulp. Advies: Denk nog een goed na over deze cliëntervaringsonderzoeken en wat er dan precies van dat bevragen verwacht wordt.
- Ten aanzien van cliëntervaringsonderzoeken lijkt het ons wenselijk een vraag op te nemen in hoeverre aangeboden hulpverlening aansluit bij de gezinssituatie. Uitgaande van de diversiteit en verschillende perspectieven van gezinnen die er in Leiden zijn. Dat heeft uiteraard zijn weerslag op de ervaren kwaliteit en doelmatigheid van hulp.
- Data verzameling: ook hier is winst te halen in de samenwerking tussen organisaties. Het dashboard van SOZ, gegevens van RBL, data van SWT’s, SSB-partners en data van Leiden in cijfers e.d., gebruik deze en sluit hierop aan.
- Versterken op samenwerking, inzetten op intervisie, teams in hun kracht zetten zodat je gedreven organisaties krijgt in de keten die van elkaar weten waar ze het over hebben, doen wat ze zeggen en zeggen wat ze doen. Doordat de jeugdteams niet echt laagdrempelige toegang bieden, de samenwerking en gezamenlijke afspraken met het voorveld (de afvangers) en verwijzers niet optimaal zijn of onvoldoende functioneren, worden er pleisters geplakt in plaats van het probleem bij de wortel aan te pakken. Bijvoorbeeld door het instellen van functies als een praktijkondersteuner huisarts, sociaal makelaar en brugfunctionaris. Deze functies worden ook bekostigd uit dezelfde pot met schaarser wordend geld. Effectiviteit is vooralsnog onvoldoende of nauwelijks bewezen.
- Gemeente- ontwikkeling van een integrale visie. Ja zeker, alle neuzen dezelfde kant op maar daarnaast uitvoering veel belangrijker: toegewijde en op elkaar ingespeelde teams die slagkracht hebben. 1 gezin/1 casus 1plan 1 regisseur is een streven sinds 2015 en vooralsnog nog steeds onvoldoende functionerend, ondanks alle verbeterplannen. Advies: als dit principe praktisch niet werkbaar is en de kwaliteit van de hulpverlening er niet mee gebaat is, waarom hieraan vasthouden? Zorg eenvoudigweg dat de toegang werkt en dat de regie, taken en verantwoordelijkheden duidelijk zijn en goed belegd zijn. Heroverweeg het principe 1g1p1r
- Gemeente- Doorvertaling van de opdracht: Ja, in overleg met cliënten en hun ouders/verzorgers: wat hebben ze nodig, waar worden ze beter van, wat levert het netto voor ze op als jongere/gezin?
- Stichting- Deskundigheid: Ja, deskundigheid heeft prioriteit. Ook hier weer: gebruik de ervaringsdeskundigheid van cliënten en hun ouders/verzorgers, zodat hun positie en perspectief ingebed wordt.
- Stichting- Lerende keten versterken: Ja, ook hier weer: betrek de cliënten en hun ouders/verzorgers erbij, zodat hun ervaringsdeskundigheid, positie en perspectief ingebed worden.
- Met de aanstelling van een regionale programmadirecteur Jeugd, dienen afspraken rondom regie, sturing en verantwoordelijkheid met alle zelfstandig opererende entiteiten in het Jeugdveld opnieuw gedefinieerd te worden om de uitvoering goed te laten functioneren. Zodat taken, rollen en posities, verhoudingen en verwachtingen duidelijk zijn.
Tot slot
We worden graag op de hoogte gehouden van het vervolg van deze evaluatie en de ontwikkelingen in het bredere domein van de Jeugdhulp in Leiden en de Leidse regio
Adviesraad Sociaal Domein Leiden
21 mei 2025
