Als Murat (niet de echte naam) bijna bij de uitgang van Schiphol is, spreekt een douaneambtenaar hem aan. De ambtenaar vraagt waar hij vandaan reist. Als Murat vertelt dat hij vanaf Caïro vloog, neemt de douane hem mee voor een controle. De douane stelt hem vragen en controleert onder andere zijn tas. Murat vindt dat vervelend. Hij vermoedt dat er sprake is van etnische profilering, want hij denkt dat de douane hem uitkoos vanwege zijn afkomst en uiterlijk.
