Minimaregelingen gaan over meer dan financiële ondersteuning. Ze kunnen sociale uitsluiting verminderen, deelname aan de samenleving bevorderen en kansen vergroten. Waar veel onderzoek zich richt op het bereik van regelingen, koos de Werkplaats Sociaal Domein Den Haag – Leiden een andere invalshoek: sluiten de Leidse regelingen aan bij wat inwoners nodig hebben? Vooral tussen noodhulp en preventieve ondersteuning blijkt spanning te zitten.
Vanuit het perspectief van sociale kwaliteit zijn minimaregelingen meer dan een financieel vangnet. Ze kunnen bijdragen aan sociaal kapitaal, zelfvertrouwen en maatschappelijke inclusie. Een regeling voor sport of cultuur gaat bijvoorbeeld niet alleen over contributie betalen, maar ook over deelnemen aan sociale netwerken, jezelf ontwikkelen en je onderdeel voelen van een gemeenschap. Daarmee verschilt de blik van preventief werkende organisaties soms van die van noodfondsen. Organisaties als SUN Leiden richten zich terecht op acute financiële nood. JES Rijnland en SHout! kijken breder: zij willen stress voorkomen, uitsluiting tegengaan en voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot grote schulden of langdurige sociale achterstand. Juist daar ontstaat het spanningsveld tussen noodhulp en kansengelijkheid. Veel bestaande regelingen zijn ontworpen voor crisissituaties, terwijl preventieve ondersteuning moeilijker te organiseren is. Toch kan juist een kleine investering op het juiste moment grotere problemen voorkomen.
Kansen bieden
De onderzoekers concluderen dat Leiden beschikt over een relatief sterk vangnet voor acute noodsituaties. Grote inhoudelijke hiaten lijken er nauwelijks te zijn, behalve op het gebied van mondzorg en brillen, waarvoor landelijke vergoedingen beperkt zijn. Minimaregelingen kunnen bijdragen aan inclusiviteit, rechtvaardigheid en kansengelijkheid, maar er bestaat spanning tussen noodhulp en preventieve ondersteuning.
Het bieden van regelingen en toegang tot voorzieningen alleen zijn niet voldoende om kansengelijkheid te realiseren. Zolang bestaanszekerheid onder druk staat en mensen voortdurend bezig zijn met overleven, komen ook persoonlijke ontwikkeling, het aangaan en onderhouden van sociale relaties en het realiseren van toekomstplannen in de knel. Armoedebeleid gaat daarom uiteindelijk niet alleen over geld, maar ook over de vraag welke kansen een samenleving haar inwoners wil bieden. Vanuit het perspectief van sociale kwaliteit kunnen minimaregelingen bijdragen aan inclusiviteit, rechtvaardigheid en maatschappelijke participatie. Niet alleen door acute nood te verlichten, maar ook door mensen de mogelijkheid te geven daadwerkelijk mee te doen in de samenleving.
Lees hier het hele artikel in het digitale tijdschrift van de werkplaatsen sociaal domein
