skip to Main Content

Beleidsplan Werk en Participatie 2019-2023

Betreft: Gevraagd advies inspraaknota beleidsplan Werk en Participatie 2019-2023
Uitgebracht door de Adviesraad Sociaal Domein op 9 september 2019

De Adviesraad is positief over de link die met economie, arbeidsmarktbeleid en onderwijs in het beleidsplan wordt gelegd, net zoals de relatie met het beleid in het sociaal domein. Het voorstel is een voortzetting van het ingezette beleid en heeft aandacht voor mensen met een afstand tot werk. De ambities passen bij een inclusief beleid.

We vragen in de uitwerking aandacht vragen voor:

  1. Het eisen stellen aan de monitoring binnen de activiteiten en projecten, waaronderhet bevragen van cliënten naar hun ervaringen en het doelgroep bereik. In het algemeen leveren streefcijfers van de vermindering van het aantal uitkeringsgerechtigden te weinig zicht op de relatie met ingezet beleid. Want dat is afhankelijk van veel factoren die de gemeente niet zelf kan beïnvloeden.
  2. Een participatieparagraaf in het beleidsplan. Laat zien wanneer en hoe de direct belanghebbenden (klanten en uitkeringsgerechtigden, nuggers e.d.)betrokken worden bij de monitoring en evaluatie.
  3. Het leggen van dwarsverbanden tussen de ingezette beleidslijnen koerswijziging Jeugd, i.v.m. de combinatie onderwijs en het sport en gezondheidsbeleid t.a.v. het stimuleren van een positieve gezondheid, die ook kunnen bijdragen aan een weg naar (betaald) werk.
  4. Duidelijke samenwerkingsafspraken tussen de verschillende partijen zoals S W T , JG T , afdeling werk en inkomen, vluchtelingen werk, Rivierduinen/Movens, Piëzo, Studio Moio, Cardea, verschillende dagbestedingsaanbieders e.d. Dat cliënten weten waar ze aan toe zijn en wie hun aanspreekpunt is c.q. casemanager. In de subsidieovereenkomsten kunnen hiervoor eisen gesteld worden.
  5. Dat voldoende kennis en deskundigheid van alle doelgroepen in huis is en/of medewerkers weten waar deze te halen is bij DZB door o.a. de eigen cliënten te vragen naar hun deskundigheid en expertise, aangezien dit de organisatie wordt voor alle reïntegratievraagstukken.
  6. De uitkomsten van het nader onderzoek naar het inzetten van SROI.
  7. Het opnieuw beoordelen van vrijstellingen door de gemeente. Hoe gaat dit plaatsvinden en wie gaan dit doen? Welke criteria worden gehanteerd t.a.v. volgorde van oproepen?
  8. De lijst met organisaties op p. 21. Is deze uitputtend? Een organisatie als bijvoorbeeld de Werkwissel wordt gemist. We adviseren voor cliënten een overzicht beschikbaar te stellen van organisaties zij zelf eventueel kunnen benaderen en/of gebruikt kan worden om doorgeleid te kunnen worden naar ondersteuning van begeleiding naar (vrijwilligers)werk en/of dagbesteding.
  1. Het uitgangspunt ‘werk moet lonen’. Bekend is dat bijstandsgerechtigden er financieelop achteruit kunnen gaan als ze gaan werken. Dat zal in veel gevallen zo zijn, omdat een bijstandsgerechtigde doorgaans niet het uitzicht heeft op een baan met een ruim salaris. Dit weerhoudt mensen in de bijstand gelukkig overigens er niet van om weer te gaan werken. Naar aanleiding hiervan wil de Adviesraad weten of het college weet van die armoedeval in Leiden en wat daarbij het omslagpunt is voor de verschillende typen huishoudens, wat daarin de plaatselijke en landelijke component is. Heeft ze hiervoor bijvoorbeeld weleens de Armoedevalberekenaar toegepast? De Adviesraad wil weten wat het college doet aan het voorkomen of compenseren van die val ten aanzien van het bepalen van beleidsontwikkelingen.
  2. De volgende suggesties om de link tussen uitstroom naar betaald werk en vroegsignalering van armoede en schulden te leggen:
    • Check bij uitstroom uit de uitkering met de (ex)cliënten op het benutten van lokale en landelijke subsidies/toeslagen en inkomstenbelasting om zo te bepalen of alle regelingen wel worden benut. Tevens wordt dan inzichtelijk wat het effect van werken op de uitkering betekent ten aanzien van het werkelijk besteedbare inkomen.
    • Indien een cliënt uitstroomt naar betaald werk met een uitkerings-of bijstandsschuld bij de gemeente, kan in een eindgesprek meteen een haalbare regeling worden afgesproken zodat de cliënt niet direct vanuit een achterstandspositie start. Daarbij kan dan indien van toepassing meteen de juiste beslagvrije voet worden toegepast (zie hiervoor de oproep van staatssecretaris Van Ark aan de gemeenten in februari jl. om de nieuwe beslagvrije voet in te voeren vooruitlopend op de Wet nieuwe beslag vrijevoet).
  3. We vinden het jammer dat in Holland Rijnland verband de focus op doelgroepen wordt losgelaten, met als redenering dat ze allemaal een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Terwijl dat uit de beleidsevaluatie blijkt dat vooral alleenstaanden, ouderen en laag opgeleiden langdurig werkloos zijn. Dit zijn tevens de mensen die het meest kampen met schulden en armoede, psychosociale- en gezondheidsproblemen. We vragen ons af waarop deze keuze is gebaseerd en waarom niet een grotere ambitie en plannen voor deze doelgroepen wordt geformuleerd.
  4. Met betrekking tot het wijkgericht werken vinden we het positief dat dit geïntensiveerd gaat worden in samenwerking met DZB, de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente en de partijen die werken in het sociaal domein. Graag zien we een nadere toelichting t.z.t. op hoe en welke lessen zijn geleerd. De Adviesraad denkt graag mee in dit proces.
  5. We betreuren het dat zonder verdere toelichting de streefcijfers in het kader van de Charter Diversiteit naar beneden worden bijgesteld.

9 september 2019
Adviesraad Sociaal Domein Leiden

 

Publicatie PDF: 19 09 09 Gevraagd advies inzake inspraaknota beleidsplan Werk en Participatie 2019-2023, code 4.1

Reactie PDF: Nota van beantwoording – Beleidsplan Werk en Participatie 2019-2023